Verslag MIP-event 'Knowledge 4 Business'
Programma - Slides - Video - Sprekers - Deelnemerslijst - Foto's
“Eco-innovatie is de in te slagen weg”
“Ja, groene investeringen werken echt.” Dat was de teneur van ‘Knowledge 4 Business’, het event dat MIP organiseerde over de toekomst van onze economie. Niet minder dan 150 professionals uit de bedrijfs- en kenniswereld kwamen inspiratie zoeken in de visie van de expert-sprekers, die de kringloopeconomie elk vanuit hun eigen perspectief en specialisatie belichtten.
Over cleantech en Cradle to cradle is al veel gezegd en geschreven. Maar ook al is er nog veel nood aan onderzoek, ontwikkeling en demonstratie, toch zet een aantal sectoren en bedrijven vandaag de stap naar de groene economie. Het financieringsprogramma MIP2 (Milieu- en energietechnologie Innovatie Platform), een initiatief van Vlaams minister voor Innovatie Ingrid Lieten, wil deze voortrekkers uitdrukkelijk stimuleren in hun innovatiezin. MIP2 verleent voor 3,7 miljoen euro steun aan in totaal dertien projecten van Vlaamse bedrijven en kennisinstellingen. Het zijn allemaal groene projecten, waarin het sluiten van materiaalkringlopen en duurzaam energiebeheer centraal staat. De bedrijven zelf brengen nog eens 3,9 miljoen euro in.
MIP2 onderstreept met ‘Knowledge 4 Business’ nog maar eens het belang van groene investeringen voor de toekomst van onze economie. “Cleantech is veel meer dan een tijdelijke hype, het is de technologische sleutel tot de transitie naar een duurzame samenleving”, verwoordt MIP-directeur Geert De Meyer het.
“Cleantech in een wereldperspectief”
Onze planeet kreunt onder de aanhoudende groei van de wereldbevolking en onder onze Westerse levensstijl, die intussen ook als standaard nagestreefd wordt in regio’s in ontwikkeling. Als deze trends aanhouden, zal de mensheid tegen 2030 2,3 keer de aarde nodig hebben om aan alle behoeften te voldoen, zo rekent het WWF International living planet report (2008) voor. “Duurzame ontwikkeling is dus een wereldkwestie, eco-innovatie evenzeer”, zegt Dirk Fransaer, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek (VITO). “Vlaamse projecten op het vlak van eco-innovatie moeten dus geïntegreerd worden in grotere initiatieven op internationaal niveau.”
Op 10 december gaat in Brussel de EU-India Business Summit 2010 door, een organisatie van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Voor deze summit ontwierpen VITO en TERI (The Energy and Resources Institute, India) een concept voor duurzame stedelijke ontwikkeling. “Dat concept kan ook model staan voor de transitie naar een duurzame economie in Vlaanderen”, meent Dirk Fransaer.
De basis van het concept is het DPSIR-model (drivers, pressures, states, impacts, responses). “Aan de basis van de problemen die we vandaag ondervinden, liggen de bevolkingsaangroei en de levensstandaard (drivers). Die drijvende krachten leiden tot druk op de aarde: dat uit zich in klimaatswijziging, uitputting van de natuurlijke voorraden, verontreiniging en afname van de biodiversiteit (pressure). Deze fenomenen hypothekeren op hun beurt de toestand van een aantal cruciale maatschappelijke functies, zoals energieproductie, industrie, transport en mobiliteit, landbouw (state). Dat uit zich ten slotte in de problemen zoals we ze vandaag al ervaren: bedreiging van de energiebevoorrading, files, emissies, waterschaarste enzovoort (impacts). Het beleid van de overheid en de initiatieven van de sectoren en de samenleving zijn ten slotte de respons om deze negatieve evoluties te keren.”
Fundamenteel is dat de manier waarop we naar oplossingen zoeken, aan verandering toe is. Fransaer: “Oplossingen zoeken voor de problemen zoals ze zich vandaag tonen, is niet meer voldoend. We moeten ingrijpen op de toestand van de maatschappelijke functies. Van end of pipe solutions - oplossingen voor afvalwaterproblemen, luchtverontreiniging en bodemvervuiling - moeten we de stap zetten naar cleantech solutions, zoals smart grids en passieve huizen. Al even noodzakelijk is dat we deze cleantech oplossingen ontwikkelen vanuit een wereldperspectief. De drijfveren (de bevolkingsaangroei en de levensstandaard) manifesteren zich immers wereldwijd.”
“Orde in de chaos”
Cradle to cradle, duurzaam materialengebruik, duurzame energie, cleantech, duurzame ontwikkeling …: de groene initiatieven en dito termen zijn legio, maar wie ziet door de bomen het bos nog? Dirk Fransaer schenkt klare wijn door tegen 2012 een globale visie op duurzame ontwikkeling voor Vlaanderen aan te kondigen.
“Vlaanderen streeft ernaar een duurzame regio te worden, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor een groene economie. Zowat elke minister heeft wel een plan, een visie of wishlist om de groene economie een hart onder de riem te steken. Maar tussen al deze initiatieven is er nood aan meer samenspel, regie én structuur. Duurzame ontwikkeling is hét grote kader, dus is er dringend nood aan een geïntegreerde visie hierop voor Vlaanderen, vanuit een wereldblik. Tegen 2012 – VITO organiseert dan voor de derde maal i-SUP, het internationale congres rond eco-innovatie – willen we zo een duurzaamheidsvisie voor Vlaanderen op papier hebben. VITO stelt haar expertise ter beschikking om samen met de Vlaamse Regering en de hele samenleving deze visie vorm te geven.”
“Alle initiatieven op het gebied van cleantech, duurzaam materialengebruik, duurzame energie en Cradle to cradle horen binnen dit globale kader voor duurzame ontwikkeling te passen. Binnen deze thema’s is het belangrijk te streven naar een maximum aan coherentie om de slagkracht te verhogen. Om Vlaanderens kansen op het gebied van cleantech te verzilveren, is bijvoorbeeld I-Cleantech opgericht. Deze vzw heeft onder meer als opdracht buitenlandse bedrijven en investeerders aan te trekken, aan netwerking te doen en de eigen Vlaamse Cleantech-sector te stimuleren. Binnen I-Cleantech situeren zich initiatieven zoals MIP en Flanders Cleantech Association (FCA). Die logische en hiërarchische samenhang zorgt voor transparantie én meer efficiëntie.”
“Eco-innovatie is een maatschappelijk project”
Het verband tussen eco-innovatie en economische competitiviteit is wetenschappelijk aangetoond. Toch is een sense of urgency ook om andere redenen aan de orde. “Als we niet resoluut kiezen voor eco-innovatie, komen er problemen op ons af die verder reiken dan de economische competitiviteit. Denk maar aan de klimaatswijziging, het verlies aan biodiversiteit, het energievraagstuk. Maatschappelijke en ethische drijfveren te over dus voor een groene economie”, meent Hans Bruyninckx, Hoogleraar Milieubeleid en Duurzame Ontwikkeling K.U.Leuven, coördinator van het Vlaams Steunpunt Duurzame Ontwikkeling en directeur van HIVA, het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving.
Eco-innovatie blijkt niet in elke maatschappij evenveel kansen te krijgen. “Er is nood aan een performante en slagkrachtige overheid, die investeren in maatschappelijke innovatie aanmoedigt”, meent Bruyninckx. “De initiatieven van die overheid zijn doeltreffender naarmate ze meer geïntegreerd en beter afgestemd zijn. Raakvlakken tussen het kennisbeleid, het innovatiebeleid en het milieubeleid moeten dus ten volle geëxploiteerd worden.”
“Een ambitieus én coherent milieubeleid gestoeld op een duidelijke langetermijnvisie, gericht op de driving forces en niet enkel op de impacts, is noodzakelijk willen we de groene economie doen slagen”, meent Bruyninkcx. “Bovendien moet het beleid buiten de lijnen durven denken. Kiezen voor systeemverbeteringen is onvoldoende, onze maatschappij heeft nood aan verregaande systeeminnovaties. Die moeten onder meer mogelijk gemaakt worden door een onderzoeks- en innovatiebeleid met visie. Ook het industriële beleid moet ruimer denken, conservatieve reflexen achterwege laten en open durven staan voor ‘creative destruction’.”
“Het is een hardnekkige misvatting dat eco-innovatie alleen om technologie gaat”, vindt Bruyninckx nog. “Eco-innovatie is niet louter een zaak van ingenieurs, technologen en economisten, maar ook van sociologen, de politicologen, ethici, cultuurdeskundigen …. Alle sectoren van de maatschappij zijn bij eco-innovatie betrokken. De overheid mag zich dus ook niet beperken tot een degelijk innovatie- en milieubeleid. Ze doet er goed aan tegelijk te investeren in een stevig flankerend beleid op het gebied van landbouw, mobiliteit, welzijn …”
Eco-innovatie kan maar doorbreken als er een markt voor bestaat. Ook daarin heeft de overheid haar rol te spelen. “Marktregels en -voorwaarden, derde betalersystemen, subsidiebeleid, fiscaal beleid: het zijn maar enkele van de instrumenten die de overheid in handen heeft om de weg te banen voor een groene economie. Vlaanderen heeft nog veel werk voor de boeg om op het vlak van eco-innovatie tot de internationale top te behoren. Maar we hebben er heel wat bij te winnen: zowel om maatschappelijke, ethische als economische redenen is eco-innovatie de moeite meer dan waard”, besluit Bruyninckx.
“ICT heeft een sleutelrol in de energietransitie”
Het Europese energiebeleid is de fase van vrijblijvende engagementen voorbij. Met de 20-20-20-doelstelling laat de Europese Commissie geen twijfel bestaan over haar ambities. De ICT-sector levert een belangrijke bijdrage aan het behalen van deze energiedoelen. “De ICT is een basis platform voor energiebesparende oplossingen. Bovendien investeert de sector in draadloze communicatie op basis van hernieuwbare energie en energie-efficiëntere netwerken”, zegt Jos van Sas, Director External Affairs, Alcatel-Lucent Bell labs.
“Een slim gebruik van ICT kan bijdragen tot een verlaging van de CO2-uitstoot met 20 %. Denk maar aan de toepassing van intelligente elektriciteitsmeters in de smart grids, de slimme energienetten van de toekomst. Alcatel-Lucent participeert samen met tal van industriële- en onderzoekspartners in het project Linear, een demonstratieproject waarbij voor het eerst in Vlaanderen een smart grid wordt uitgetest op het niveau van een residentiële wijk.”
Een andere piste die Alcatel-Lucent verkent, is het gebruik van hernieuwbare energie om draadloze base stations te voeden. “Die link tussen groene energie en telecommunicatie brengen we tot stand in een pilootinstallatie in Dakar. Toegepast op een veel grotere schaal kan deze technologie die telecommunicatiediensten op een uiterste energie-efficiënte manier ontsluiten voor de 1 miljard mensen die hier omwille van energieredenen geen toegang toe hebben. Voor dit project ontvingen we de 2010 Sustainable Energy Award van de Europese Commissie.”
Niettegenstaande de bijdrage van de ICT aan de 20-2020-doelstellingen, wordt tegelijk verwacht dat tegen 2020 de CO2-bijdrage van de sector zelf zal stijgen van 2 tot 5 %. “Dat betekent dat onze sector aanhoudend moet investeren in energie-efficiëntie. In het kader van MIP 2 onderzoeken we samen met verschillende partners de haalbaarheid van groene, energieneutrale datacenters. Het efficiënter maken van onze energienetwerken is een andere uitdaging waar we de komende jaren werk van willen maken.”
Er is nood aan een ambitieuze, visionaire oplossing, stelt van Sas. “Het dataverkeer zal in de toekomst exponentieel stijgen, en bovendien zal ook de aansluitingsgraad nog toenemen. Voor deze stijgende energievraag moeten we een drastische oplossing vinden, willen we de geloofwaardigheid van onze sector veilig stellen. Gebaseerd op research uitgevoerd bij Bell Labs, weten we dat de netwerken van vandaag het potentieel hebben om maar liefst 10.000 keer efficiënter te worden.”
“Met Green TouchTM, een nieuw initiatief van Bell Labs en tal van andere (diensten)bedrijven en onderzoeksinstellingen van over heel de wereld, maken we ons sterk binnen vijf jaar het energieverbruik van netwerken met een factor 1000 te kunnen reduceren via prototype demonstratoren”, geeft van Sas aan.
“Cradle to cradle is business”
De tapijtsector kreeg flinke klappen tijdens de economische crisis. Maar producent van vloerbekleding en kunstgras Desso ging dwars door de crisis heen en verhoogde in de periode 2008 - 2010 zelfs zijn winst. “Daar is maar één verklaring voor”, zegt Stef Kranendijk, CEO van Desso. “We trokken resoluut de kaart van Cradle to cradle.”
“Two roads diverged in a wood and I, I took the less traveled by. And that has made all the difference.” Deze frase van de Amerikaanse dichter Robert Frost zou het adagium van de Vlaams-Nederlandse fabrikant van vloerbekleding kunnen zijn. Het was inderdaad niet de meest voor de hand liggende keuze die het bedrijf maakte door voluit voor innovatie te gaan. Creativiteit, functionaliteit en Cradle to cradle (C2C) zijn de drie pijlers die het visionaire innovatiebeleid van Desso stutten. “C2C is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor gezondheid en welzijn. Zo hebben wij door C2C te gaan denken onze producten nog flink geoptimaliseerd op het gebied van binnenluchtkwaliteit en geluidsisolatie”, meldt Stef Kranendijk.
“Maar eerlijk is eerlijk: wij zouden de keuze voor C2C nooit gemaakt hebben, als we het niet als een kans hadden gezien om een interessante business rond uit te bouwen. Die economische prikkel was voor ons de drijfveer om heel het bedrijf om te gooien. Zo’n ommezwaai is echt wel nodig wil je je bedrijf C2C-proof maken.”
“Milieuzorg is altijd al een aandachtspunt geweest binnen Desso, met tal van investeringen op het gebied van waterhergebruik, energiebesparing en recycling als policy. Maar de stap naar C2C is nog wat anders. We lieten ons begeleiden door Braungart himself om onze hele grondstoffenketen te analyseren. Vandaag draagt 80 % van onze tapijttegels het C2C-certificaat. En dat rendeert: onze klanten vinden dit superbelangrijk.”
“De komende jaren willen we ons tapijtterugname en -recyclingsysteem nog verder implementeren. En ons label nog efficiënter in de internationale markt gaan zetten. We willen trouwens bijdragen tot de wereldwijde C2C-gemeenschap. Cradle tot cradle is meer dan een hype, het is een business met toekomst”, besluit Kranendijk.
“Knowledge 4 Business toont nog maar eens aan dat eco-innovatie, vanuit verschillende invalshoeken bekeken, dé in te slagen weg is”, vat Geert De Meyer het MIP-event samen. “De dialoog tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven, en de uitwisseling tussen technologie en economie levend houden: dat is één van de taken van MIP. In de aanloop naar MIP3, de volgende oproep binnen het financieringsprogramma creëerde dit event met zijn vooraanstaande sprekers inspiratie en verrassende perspectieven. Dit nieuwe elan is precies wat de groene economie in Vlaanderen vandaag nodig heeft.”